Chinoiserie
Wat is er leuker dan een uurtje lekker gamen? Twee uurtjes gamen, of drie. Maar dan houdt het wel op. Tenminste, als je in China woont. Want daar is het spelers van computerspellen sinds kortdoor een van de vele Grote Roergangers verboden om langer dan drie opeenvolgende uren achter de pc te zitten. Meer dan drie uur gamen is officieel ‘vermoeiend’ verklaard en meer dan vijf uur ‘ongezond’.
De reden? De Chinezen zijn massaal aan het gamen geslagen. Van de ruwweg 103 miljoen Chinezen met een internetverbinding, spelen er naar schatting al zo’n twintig miljoen online spelletjes. En als ze spelen, is dat gemiddeld zo’n elf uur per week. Het online rollenspel World of Warcraft bijvoorbeeld, mateloos populair over bijna de gehele wereld, heeft nu ook China veroverd. De virtuele wereld van Warcraft wordt bevolkt door elfjes, dwergen, mensen en ander fantasievol gepeupel. Zij worden bestuurd door 3,5 miljoen spelers, onder wie nu al 1,5 miljoen Chinezen terwijl ze pas een maand meespelen.
Hoewel de Amerikaanse ontwikkelaars van het spel erg blij zijn met de nieuwe aanwas, elke speler moet een maandelijks bedrag overmaken naar de kapitalisten in het Westen, ziet de Chinese overheid dat toch anders. De straffen voor te lang spelen zijn gelukkig minder erg dan die waar Warcraft berucht om is. Na drie uur worden de waarde en de mogelijkheden van je online personage verminderd met de helft. Speel je echter langer dan vijf uur, dan kun je opnieuw beginnen: je personage zal dan alles verliezen wat hij bezit. Valt mee misschien, maar fanatieke spelers zullen meer dan een traantje wegpikken als het hun overkomt.
Wat ontbreekt in de Chinese overheidscampagne is enige (wetenschappelijke) onderbouwing. Van onderzoek doen naar de gevolgen van te veel spelen of voorlichtingscampagnes hebben ze in de Volksrepubliek schijnbaar nog nooit gehoord. Als klap op de virtuele vuurpijl gaan de communistische leiders er nog een gamewet doordrukken. Spelers onder de achttien hebben officieel een verbod gekregen om virtueel te doden. En dat terwijl ze het ook al moeten doen zonder pornografie, gokken en het bekijken van ‘verdachte’ websites. Een troost, de Chinese jeugd is vast minstens zo inventief als hun westerse wederhelften in het omzeilen van de vele opgeworpen barrières. De Chinese overheid krijgt het nog druk komende winter.
–
Originally published in Folia 59.2. 2005. page 14.